Varkens en varkensfeesten in Nieuw-Guinea

Kepauku met een wildzwijnBij de bevolkingsgroepen in Papua, het vroegere Nederlands Nieuw-Guinea, en met name in het Centrale Bergland nemen varkens een belangrijke plaats in. Op het eiland leven niet veel zoogdieren, behalve de varkens en herten die oorspronkelijk door Europeanen zijn meegebracht. De wilde varkens in Papua lijken op de wilde zwijnen in de Nederlandse natuurparken, maar zijn magerder. Dajak met varken tijdens expeditie 1909Varkens worden niet alleen voor het vlees gefokt, maar ze vertegenwoordigen ook een sociale waarde en zijn zelfs uitgegroeid tot statussymbool. Hoe meer varkens iemand of een dorp heeft, hoe hoger de status, hoe meer er kunnen worden weggegeven en hoe grotere feesten gegeven. Het slachten en eten van varkens is bovendien gebonden aan belangrijke gebeurtenissen als lijkverbranding, huwelijk en initiatieriten. Tegenwoordig worden varkens nog steeds als bruidsschat geschonken. Bij de Wisselmeren is een Nederlandse poging om varkens uit Nederland met lokale te kruizen, bijna desastreus verlopen. De Franciscaan Sibbele Hylkema heeft tussen 1961 en 1969 tussen de Ngalum in het Sterrengebergte geleefd en oud-bestuursambtenaar H.L. Peters heeft zich van 1959-1964 onder de Dani-stam in de Grote Vallei begeven. Beiden hebben onder meer de rol van varkens bestudeerd en daarover gepubliceerd.

Inhoud:

1. Het varken in het Wisselmerengebied
2. De rol van het varken in het Bergland
3. Sociale status en ruilmiddel
4.  Vrouw betalen met varkens
5. Castratie van de varkens
6. Het slachten van de varkens
7. De bereiding van het varkensvlees
8. De verdeling van het eten
9. Links
10. Bronnen

1. Het varken in het Wisselmerengebied
Kepauku-Papua's bij de WisselmerenHet varkenfeest (Joewò) is voor Papua’s van groot sociaal belang. Centraal in hun cultuur staan de varkens. Hun rijkdom hangt af van het aantal varkens dat ze bezitten. Varkens zijn voor Papua's eeuwenlang het allerbelangrijkste bezit geweest. Ze worden als kinderen beschouwd. Als de Nederlanders in de jaren 50 naar het Wisselmerengebied komen, willen ze de daar wonende Papua’s in de vaart der volkeren opstuwen en de daar scharrelende varkens voor hen veredelen. De Nederlanders importeren hun eigen bolle, rozige varkens, die veel groter zijn dan de lokale tanige varkens. De bedoeling is om beide soorten te kruisen om zo een vleziger ras te creëren. Maar de groep Kepauku (Wisselmeren) uitwerking is desastreus. De geïmporteerde varkens brengen een virus mee, waarmee de varkens van de Kepauku besmet raken. De plaatselijke varkensstapel wordt bijna gedecimeerd. Dit is een catastrofe, omdat het varken zowel het belangrijkste statussymbool is, als ook een belangrijke voedingsbron voor eiwitten. Het slachten van een varken is voorbehouden aan speciale gelegenheden, die vaak gepaard gaan met dagenlange feesten waar bevriende stammen uit de hele regio op af komen, waar gehandeld wordt en pacten gesloten. Deze  varkensfeesten vormen een hoogtepunt in het sociale leven van de Kepauku. De varkenssterfte is dan ook een enorm verlies voor de sociale verhoudingen. Het duurt niet lang of de blanken worden geassocieerd met het brengen van kwade geesten, omdat ziekten door de Kepauku worden geassocieerd met de toorn van kwade geesten.

2. De rol van het varken in het Bergland
Varken zelden geslacht voor alleen het vlees Het varken heeft in de Dani-gemeenschap in het Centrale Bergland een zeer belangrijke en veelzijdige betekenis. H.L. Peters schrijft in zijn boek ‘Enkele hoofdstukken uit het sociaal-religieuze leven van een Dani-groep (1965): “Men kan niet spreken van regelmatig eten van varkensvlees. De Dani slacht zelden of nooit een varken alleen om vlees te eten. Het slachten en eten van varkens is steeds gebonden aan sociaal belangrijke gebeurtenissen, zoals een lijkverbranding, het huwelijk en initiatie. Een uitzondering hierop is een varken dat ziek is of dat gestolen is; dit consumeert men liefst zo spoedig mogelijk. De meest regelmatig terugkerende gelegenheid, waarbij varkensvlees gegeten wordt, is de lijkverbranding. De unieke gelegenheid, waarbij iedereen, zowel mannen als vrouwen en kinderen, een paar weken lang elke dag varkensvlees kan eten, is het grote periodieke varkensfeest. De hoeveelheden vlees, die dan verorberd worden in korte tijd, grenzen aan het ongelooflijke.”

Svarkens lopen vrij in het rond. Hylkema constateert over de rol van varkens bij de Ngalum: “Ofschoon het niet gebruikelijk is in verband met het varken te spreken over een maatschappelijke positie, wordt de plaats die het varken in deze samenleving is toebedeeld in deze uitdrukking juist getypeerd. Het varken wordt wel dienstbaar gemaakt aan de mensen, maar daarnaast zijn de mensen bereid zich in dienst te stellen van het varken: het wordt gerespecteerd. De gebruikelijke wijze waarop de tuinbouw beoefend wordt, is voor een belangrijk deel mede bepaald door de aanwezigheid van varkens. Vanwege deze dieren moeten de mensen hun hoofdvoedsel, de bataten (zoete aardappels), planten binnen omheiningen, terwijl de rest van het dal geheel aan het varken ter beschikking staat om te gaan en te wroeten waar het wil.” Net als bij de Ngalum lopen bij de Dani de varkens overdag buiten rond en zoeken zelf hun voedsel. 's Avonds krijgen ze bataten die de vrouwen hebben meegebracht uit de tuinen.  

3. Sociale status en ruilmiddel
aantal varkens bepaalt aanzienHet varken is in sociaal opzicht van groot belang. Het aantal varkens dat iemand bezit is medebepalend voor zijn aanzien. “Een belangrijk man, een gain, bezit veel varkens. Iemand die geen of weinig varkens bezit, kan geen gain zijn,” schrijft Peters. Het varken geldt als ruilmiddel: diensten, prestaties, schulden en verplichtingen ten opzichte van elkaar worden met varkens of varkensvlees betaald. Ook speelt het varken een zeer belangrijke rol bij de religieuze ceremonies, waarbij altijd een of meerdere varkens geslacht wordt.  
Een van de vrouwentaken is het fokken van tamme varkens. Volgens Hylkema kan een varken slechts bij uitzondering het bezit van eenvrouwen kunnen ook varkens bezitten vrouw zijn, “doch omdat de vrouw het varken hoedt, kan ook zij rechten laten gelden. Het is haar taak het dier op de bestemde tijden te voeren, het ´s morgens los te laten en ´s avonds onderdak te brengen in de uitbouw, opzij van de vrouweningang van de gezinswoning.” Varkens zijn het persoonlijke bezit van de man. “Het schijnt dat ook vrouwen en kinderen varkens kunnen bezitten,” schrijft Peters. “In het dorp Anelakak wees men mij herhaaldelijk varkens aan, daarbij de naam van de eigenaars noemend, waaronder ook vrouwen en kinderen waren.” Een paar informanten van Peters ontkenden echter dat vrouwen en kinderen varkens kunnen bezitten. “Volgens hen geven de mannen hun varkens ter verzorging aan vrouwen en kinderen, die dan wel deze aan hun zorgen toevertrouwde varkens als hun eigen varkens beschouwen,” verklaart Peters.

4. Vrouw betalen met varkens
ketting van Kauri-schelpen”Bij de Wisselmeren drukt men de prijs van vrouwen zowel als die van varkens uit in Kauri-schelpen. In andere streken is de band zelfs nog nauwer en wordt de prijs van een vrouw rechtstreeks in een aantal varkens uitgedrukt,” schrijft de ‘Vader der Papua’s’, Jan van Eechoud, in zijn boek Vergeten Aarde. “Bij het sagokloppen is het vrijwel altijd de man die de boom velt en hem splijt. Het kloppen van het meelhoudende merg is soms het werk van de man, soms dat van de vrouw, maar altijd wassenvarkens verzorgen is belangrijke taak de vrouwen het meel.  De vrouwen een lastdier? Wat wil men anders? Als de man de last draagt, kan hij op kritieke momenten zijn wapens niet gebruiken. In het algemeen zal de man er niet aan denken enigerlei vrouwenwerk te doen. Er is in de Papua-maatschappij heel wat ruzie over vrouwen; maar nog meer over varkens.  In het Centrale Bergland vindt men maar weinig wild en bij bos-Papua’s worden alleen in het wild gevangen biggetjes voor het vlees opgefokt. De verzorging van de varkens is een belangrijke taak. Niet zelden ziet men een vrouw met een varkenskind aan de ene borst en soms tegelijkertijd haar eigen kind aan de andere,” aldus de oud-resident van Nieuw-Guinea. 

5. Castratie van de varkens
meeste mannelijkwe varkens worden gecastreerdVoor een snelle groei worden de meeste mannelijke varkens gecastreerd (wam oupalygen wakanin). Deze operatie wordt gedaan door mannen - en volgens Hylkema ook door vrouwen - die de techniek beheersen. “Men bindt het betreffende varken met de kop naar beneden aan een paal,” schrijft Peters. “Terwijl een man de snuit dichtknijpt, en een paar anderen de poten stevig vasthouden, snijdt de expert met behulp van een bamboemesje de testikels uit, waarna de wondjes met een vezel worden dichtgenaaid en soms nog met grijze modder worden besmeerd. Een paar mannelijke varkens worden bewaard voor het fokken. Het schijnt dat men hierbij inteelt wil voorkomen. Ik zag een paar maal mensen van andere dorpen met een varken naar Anelakak komen om het te laten dekken door een fokbeer van Takalek. Of men hiervoor ook iets laat betalen, bijvoorbeeld in de vorm van een big van het gedekte varken, is mij niet bekend.” 

6. Het slachten van de varkens
Varken wordt vakkundig gedood“Het slachten van het varken is een taak van de man. Dat de vrouw de mogelijkheid tot inspraak wordt toegekend, komt tot uiting in het feit, dat zij het dier heeft vast te zetten en bataten voor te werpen, opdat de man goed zal kunnen aanleggen. Onmiddellijk na het pijlen wordt het dier in stukken gesneden, opdat het bloed niet zal kunnen afkoelen en stollen,” schrijft Hylkema. Peters schrijft dat bij de Dani het slachten en bereiden van varkens in de hele vallei op dezelfde traditionele manier gebeurt. “Men slacht de varkens door ze van zeer korte afstand, ongeveer 10 cm, te pijlen in de hartstreek, waarna ze in korte tijd waarschijnlijk door verstikking sterven. Staart en oren worden daarna afgesneden en de haren afgeschroeid boven vrouwen bij de smoorkuileen houtvuur. Bij het in stukken snijden gaat men als volgt te werk: eerst wordt de huid aan de buikzijde met de daaraan vastzittende laag spek en spieren plus de onderkaak als een stuk afgesneden; dan snijdt men de vliezen en spieren, die de ingewanden omgeven, aan alle kanten los, waarna men de ingewanden, verpakt nog in de vliezen, eruit tilt. Deze worden door andere mannen opengesneden; de darmen worden door vrouwen en meisjes schoongemaakt en uitgewassen. De rest van het varken, dus de hele rughuid met de daaraan vastzittende speklaag en spieren plus de bovenkaak, de poten en de rugwervel laat men aan een stuk. Dit geheel noemt men wam-oat. Alle inwendige organen, zoals hart en lever, longen, enz. en alle stukken vlees, worden op stokken in de zon gehangen om ze te laten drogen. De rest gaat de eerste keer de smoorkuil in”, vermeldt Peters.

7. De bereiding van het varkensvlees
hete stenen gaan in smoorkuil De smoorkuil is een ondiepe kuil in de grond die in doorsnee kan variëren van een halve meter tot een meter. Peters: “Hierin spreidt men lange bossen gras op de bodem, die tot ver over de rand van de kuil uitsteken. Men legt nu stenen, die op een vuur zijn heet gestookt, op de grasbodem; daarop groenten en aardappelen, dan weer groenten (vaak batatenbladeren) of bladeren van een varensoort, dan weer stenen ertussendoor, daarop stukken vlees en eroverheen weer groenten; de hele zaak wordt afgesloten met de grote lappen rughuid en daar nog wat groenten en stenen overheen. Over dit alles wordt water gesprenkeld, en dan vouwt men de uitstekende bossen gras over bataten, groenten en vlees dicht. Buitenom wordt alles goed vastgebonden met een lange rotan, en bovenop worden stenen en stukken hout gelegd. Dit geheel laat men zo een uur tot anderhalf uur smoren, waarna het weer open gemaakt wordt. Alles is dan goed gaar.” Hylkema geeft aan dat de smoorkuil zich doorgaans binnen de omheinde ruimte rondom het mannenhuis bevindt. Peters schrijft dat men bij ceremonies de smoorkuil buiten op het dorpsplein maakt en men daar ook eet.

8. De verdeling van het eten
alle aanwezigen krijgen hun deelDe grote lappen varken worden in stukken gesneden en alle aanwezigen krijgen hun deel ervan. Hylkema geeft aan dat bij de Ngalum de darmen altijd aan de vrouwen toekomen en de buikstukken altijd aan de mannen. Hij noemt dat in het buikstuk (kang-asum) van het varken zich het levensbeginsel het meest compact en concreet heeft vastgelegd. “In het eten van het buikstuk ervaart en smaakt de mens het typisch eigene van de hem toegevallen bestaanswijze. In zijn doorgaans bedreigde en aangevochten bestaan deelt hij een moment in de totaliteit van het leven, weet hij zich een ogenblik opgenomen in de gelukzaligheid.”  Ook de bataten en de groenten worden verdeeld en het eerder aan stokken gehangen vlees wordt de volgende dagen gegeten. De bereiding van de bataten gebeurt vaak door ze te poffen in de as. Bij de verdeling van het eten wordt goed in de gaten gehouden dat ieder wat krijgt. Zeker bij grootschalige feesten waar veel mensen aanwezig zijn, lopen mannen tussen de menigte rond om te kijken of iedereen voorzien is.

9. Links
- PACE-filmpje van pater Camps: Varkensfeest in Baliemvallei in 1974
- Filmpje van Age  Postumus oktober 2007: Papua people cooking pig
- Filmpje bij Ed's Viewmaster:
Varkensfeest 2004
- Filmpje Adria Brocken: Varkensfeest tijdens trektocht Baliemvallei 2007  
- Artikel over houten beeld uit Asmat:
Voorouderfiguur op een varken 
- Uit de verzameling van Fräncis’ Web:
Varkensrassen

10. Bronnen
- S. Hylkema o.f.m., Mannen in het draagnet - mens- en wereldbeeld van de Ngalum (Sterrengebergte), ’s Gravenhage. 1974
- H.L. Peters, Enkele hoofdstukken uit het sociaal-religieuze leven van een Dani-groep,( Proefschrift), Venlo, 1965
- Jan van Eechoud, Vergeten aarde: Nieuw-Guinea, Amsterdam, De Boer, 1957
- L.D. Brongersma en G.F.Venema, Het witte hart van Nieuw-Guinea. Met de Nederlandse expeditie naar het Sterrengebergte, Amsterdam: Scheltens & Giltay, 1960
- L. Pospíšil: The Kapauku Papuans of West New Guinea, in: George a Louise Spindler, Rinehart & Winston, New York, 1963
- L.F.B. Dubbeldam,  ‘The devaluation of the Kapauku-cowrie as a factor of social disintegration’, In: New Guinea: The Central Highlands, American Anthropologist, vol.66, no.4, Part 2, 1964
- Commentaar en advies: Nancy Jouwe