Themapagina's

De themapagina's bieden een diepgravender inzicht in verschillende aspecten van het bestaan van de oorspronkelijke bewoners van West-Papua.

Vliegen als vervoer in Nieuw-Guinea

toestel Kroonduif op sleephelling  Tijdens het Nederlands bestuur in Nieuw-Guinea kon vanaf 1956 tot en met 1962 worden gevlogen met de luchtvaartmaatschappij Kroonduif. De Nederlandse KLM stationeerde zijn eerste vliegtuig in 1950 op de door de Japanners in WOII gebouwde vliegbasis Mokmer op het eiland Biak. In juli 1955 werd besloten dat de Nederlands Nieuw-Guinea Luchtvaart Maatschappij (NNGLM) een dochter van de KLM zou worden onder de naam Kroonduif. Die ging vanuit Biak als basis vliegen naar de plaatsen Hollandia, Merauke, Tanah Merah, Sorong en naar het eiland Numfoor.

De expeditie naar het Sterrengebergte

Een oude Papua met het portret van prinses BeatrixNederlands laatste grote, en meest kostbare, expeditie gaat na een jarenlange voorbereiding in 1959 naar het Sterrengebergte in Nieuw-Guinea. Vier jaar voor de overdracht aan Indonesië namen wetenschappers van een groot aantal disciplines aan deze expeditie deel om het laatste onbekende deel van de Nederlandse kolonie in kaart te brengen. Tijdens de expeditie waren er tegenslagen en conflicten in overvloed.

Magische tekenen uit de prehistorie

rotsbeschilderingOver de prehistorie van het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea is weinig bekend. Door de natuurlijke gesteldheid van het land, zijn er vrijwel geen sporen uit het verleden nagelaten. Ook de vroegere semi-nomadische levensstijl van veel Papua-volken werkte daaraan niet mee. De eerste bewoners van Nieuw-Guinea zouden meer dan 50.000 jaar geleden, via Zuidoost-Azië, op het eiland zijn neergestreken. Vanaf het begin van de megalithische periode van 40.000 tot 30.000 voor Christus is er een beeld te geven van die tijd. 

DETA-jongens bouwden naoorlogse Hollandia op

ontwerpers en makers DETA-monumentOp 18 november 2004 is op de weg van Jayapura naar Sentani een monument onthuld om te herdenken dat 55 jaar eerder de eerste DETA-contractant voet op Nieuw-Guinese bodem heeft gezet. Het gedenkteken werd gemaakt door de vroegere DETA-mannen Daan Sahetapy, Nico van Balgooij en Ruud Tomasouw. Net voor de overdracht van Nederlands Indië op 27 december 1949 wierf het Nederlandse Gouvernement meer dan 1000 jonge Indische Nederlanders aan om gedurende één jaar bij de Dienst Economische en Technische Aangelegenheden (DETA) als kwartiermakers aan de opbouw van Nederlands Nieuw-Guinea te gaan werken, dat vooralsnog was uitgezonderd van de soevereiniteitsoverdracht.

Overeenkomsten en verschillen bij Bergpapua’s

hurkende Dani-manDe levenswijzen van Bergpapua's vertoonden onderling grote overeenkomsten. Een overeenkomst was dat zij leefden in groepen samengesteld uit patrilineaire subclans of lineages. Hun leiders waren mannen die zich moesten bewijzen, vaak keer op keer. Gevechten en oorlogen tussen groepen Bergpapoea's waren frequent. Zij vonden doorgaans plaats tussen mensen die tot dezelfde etnische groep behoorden. Verschillen waren er op het gebied van rituelen en handelscontacten.

Met de Korowai de boom in

de korowai wonen in de luchtIn het ontoegankelijke oerwoud in het zuidoosten van de Indonesische provincie Papua, ongeveer 150 kilometer landinwaarts vanaf de Arafura Zee, leeft het volk van de Korowai. Het gaat om jager-verzamelaars die in een traditionele samenleving van kleine familieverbanden die alles met elkaar (moeten) delen en net als de Kombai bekend staan als fantastische architecten van hoge boomhuizen. Tot circa 1975 hadden den Korowai nauwelijks contact naar buiten.

Lokale Papua-talen gaan langzaam verloren

Zou dit meisje uit Enggros haar lokale taal nog leren?Met de lokale talen in Papua gaat het niet goed. Dat is de verontrustende boodschap van de VN-organisatie Unesco. Het cultuurfonds van de VN meldt dat er 2498 talen van de bestaande 6900 ter wereld dreigen te verdwijnen. Dat blijkt uit de op 19 februari 2009 gepresenteerde derde editie van de digitale Atlas of the World's Languages in Danger of Disappearing. Volgens taalkundigen is dit net zo erg als het verdwijnen van dieren- en plantensoorten. De helft van alle talen heeft minder dan 2500 gebruikers. Een taal moet volgens de Unesco minstens 100.000 gebruikers hebben om van generatie op generatie te kunnen blijven bestaan.

Ontbossing bedreigt Papua-cultuur

Ontbossing voor de palmoliePapua, het Indonesische deel van het eiland Nieuw-Guinea, behoort tot de longen van de wereld door de aanwezigheid van 31,5 miljoen hectare tropisch regenwoud. Als de bomen zouden worden gekapt, betekent dat voor veel Papua-volken een bedreiging van hun bestaan en hun cultuur. De bossen behoren tot hun erfgoed. Maar de ontbossing biedt ook kansen. De houtkap voor de landbouw (met name voor geplande palmolieplantages) zou voor Papua een belangrijke bron van inkomsten kunnen zijn. Er zijn plannen om bestaande regenwouden te gebruiken als wisselgeld voor het REDD-programma (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation in Developing Countries) via de VN, Wereldbank en particuliere sector.

Artsen aan de zuidkust in de jaren vijftig

Sinds ongeveer 1920 kwam in Nieuw-Guinea de gezondheidszorg op gang. Het groeiende aantal aanwezige artsen had steeds vaker contact met Papua’s en verrichtte meer en meer bevolkingsonderzoeken. Deze waren er met name op gericht om veelvoorkomende ziekten als malaria, framboesia en tuberculose onder de Papua’s te voorkomen.