Themapagina's

De themapagina's bieden een diepgravender inzicht in verschillende aspecten van het bestaan van de oorspronkelijke bewoners van West-Papua.

Het bewerken van ijzer in Nieuw-Guinea

smit met blaasbalg aan het werkHet voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, de huidige Indonesische provincie’s Papua en West-Papua, wordt in de beeldvorming van voor de Tweede Wereldoorlog geassocieerd met het zogeheten Stenen Tijdperk. Afgezien van de vraag of dit een bruikbaar begrip is, zijn er tenminste twee redenen om dit beeld te nuanceren. In de eerste plaats worden ijzeren gebruiksvoorwerpen al na vroege contacten met Europese schepen geïntroduceerd.

Pinang kauwen erg populair in Papua

Tanden worden rood door pinang kauwen Het is een populair tijdverdrijf voor Papua’s, voor zowel jong als oud. In Jayapura ziet men overal op straat mensen met vuurrode tanden en rode slierten spuug op de grond. Dit schouwspel is een gevolg van het kauwen van betelnoten, ook wel “makan pinang” in het Bahasa Indonesia genoemd. Het kauwen van de noten uit de Arecapalm is al een 2500 jaar oude traditie in Maleisië

Varkens en varkensfeesten in Nieuw-Guinea

Kepauku met een wildzwijnBij de bevolkingsgroepen in Papua, het vroegere Nederlands Nieuw-Guinea, en met name in het Centrale Bergland nemen varkens een belangrijke plaats in. Op het eiland leven niet veel zoogdieren, behalve de varkens en herten die oorspronkelijk door Europeanen zijn meegebracht. De wilde varkens in Papua lijken op de wilde zwijnen in de Nederlandse natuurparken, maar zijn magerder.

Koppensnellen aan de zuidkust

In 1957 werd langs de Casuarinenkust het eerste contact gelegd door een medische patrouille. De honderd kilometer lange kuststrook met zijn achterland stond indertijd bekend als een van de meest wilde gebieden van Nieuw-Guinea. De arts Willem Visser maakte deel uit van de expeditie, die niet geheel zonder gevaar was. “Het is bij dit soort werk, waarbij een bevolkingsgroep van koppensnellers en menseneters voor het eerst met blanken en met een groot vaartuig kennismaakt, nimmer bekend, of er pijlen zullen gaan snorren of dat sago wordt aangeboden als teken van vriendschap.

Het korte bestaan van het Papoea Vrijwilligers Korps

trompetter van het Papoea Vrijwilligerskorps Het Papoea Vrijwilligers Korps (PVK)* wordt in februari 1961 opgericht om de Papua-bevolking te betrekken bij de bescherming van de belangen van Nederlands Nieuw-Guinea. Het wordt primair opgericht uit politieke motieven in het kader van het Tienjarenplan uit april 1960 van het kabinet De Quay. Militaire motieven komen op de tweede plaats. De Nederlandse regering streeft naar een versnelde ontwikkeling van de kolonie als voorbereiding op de onafhankelijkheid.

Overeenkomsten en verschillen bij Bergpapua’s

hurkende Dani-manDe levenswijzen van Bergpapua's vertoonden onderling grote overeenkomsten. Een overeenkomst was dat zij leefden in groepen samengesteld uit patrilineaire subclans of lineages. Hun leiders waren mannen die zich moesten bewijzen, vaak keer op keer. Gevechten en oorlogen tussen groepen Bergpapoea's waren frequent. Zij vonden doorgaans plaats tussen mensen die tot dezelfde etnische groep behoorden. Verschillen waren er op het gebied van rituelen en handelscontacten.

Met de Korowai de boom in

de korowai wonen in de luchtIn het ontoegankelijke oerwoud in het zuidoosten van de Indonesische provincie Papua, ongeveer 150 kilometer landinwaarts vanaf de Arafura Zee, leeft het volk van de Korowai. Het gaat om jager-verzamelaars die in een traditionele samenleving van kleine familieverbanden die alles met elkaar (moeten) delen en net als de Kombai bekend staan als fantastische architecten van hoge boomhuizen. Tot circa 1975 hadden den Korowai nauwelijks contact naar buiten.

Lokale Papua-talen gaan langzaam verloren

Zou dit meisje uit Enggros haar lokale taal nog leren?Met de lokale talen in Papua gaat het niet goed. Dat is de verontrustende boodschap van de VN-organisatie Unesco. Het cultuurfonds van de VN meldt dat er 2498 talen van de bestaande 6900 ter wereld dreigen te verdwijnen. Dat blijkt uit de op 19 februari 2009 gepresenteerde derde editie van de digitale Atlas of the World's Languages in Danger of Disappearing. Volgens taalkundigen is dit net zo erg als het verdwijnen van dieren- en plantensoorten. De helft van alle talen heeft minder dan 2500 gebruikers. Een taal moet volgens de Unesco minstens 100.000 gebruikers hebben om van generatie op generatie te kunnen blijven bestaan.

Ontbossing bedreigt Papua-cultuur

Ontbossing voor de palmoliePapua, het Indonesische deel van het eiland Nieuw-Guinea, behoort tot de longen van de wereld door de aanwezigheid van 31,5 miljoen hectare tropisch regenwoud. Als de bomen zouden worden gekapt, betekent dat voor veel Papua-volken een bedreiging van hun bestaan en hun cultuur. De bossen behoren tot hun erfgoed. Maar de ontbossing biedt ook kansen. De houtkap voor de landbouw (met name voor geplande palmolieplantages) zou voor Papua een belangrijke bron van inkomsten kunnen zijn. Er zijn plannen om bestaande regenwouden te gebruiken als wisselgeld voor het REDD-programma (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation in Developing Countries) via de VN, Wereldbank en particuliere sector.