Themapagina's

De themapagina's bieden een diepgravender inzicht in verschillende aspecten van het bestaan van de oorspronkelijke bewoners van West-Papua.

Het korte bestaan van het Papoea Vrijwilligers Korps

trompetter van het Papoea Vrijwilligerskorps Het Papoea Vrijwilligers Korps (PVK)* wordt in februari 1961 opgericht om de Papua-bevolking te betrekken bij de bescherming van de belangen van Nederlands Nieuw-Guinea. Het wordt primair opgericht uit politieke motieven in het kader van het Tienjarenplan uit april 1960 van het kabinet De Quay. Militaire motieven komen op de tweede plaats. De Nederlandse regering streeft naar een versnelde ontwikkeling van de kolonie als voorbereiding op de onafhankelijkheid.

Overeenkomsten en verschillen bij Bergpapua’s

hurkende Dani-manDe levenswijzen van Bergpapua's vertoonden onderling grote overeenkomsten. Een overeenkomst was dat zij leefden in groepen samengesteld uit patrilineaire subclans of lineages. Hun leiders waren mannen die zich moesten bewijzen, vaak keer op keer. Gevechten en oorlogen tussen groepen Bergpapoea's waren frequent. Zij vonden doorgaans plaats tussen mensen die tot dezelfde etnische groep behoorden. Verschillen waren er op het gebied van rituelen en handelscontacten.

Met de Korowai de boom in

de korowai wonen in de luchtIn het ontoegankelijke oerwoud in het zuidoosten van de Indonesische provincie Papua, ongeveer 150 kilometer landinwaarts vanaf de Arafura Zee, leeft het volk van de Korowai. Het gaat om jager-verzamelaars die in een traditionele samenleving van kleine familieverbanden die alles met elkaar (moeten) delen en net als de Kombai bekend staan als fantastische architecten van hoge boomhuizen. Tot circa 1975 hadden den Korowai nauwelijks contact naar buiten.

Lokale Papua-talen gaan langzaam verloren

Zou dit meisje uit Enggros haar lokale taal nog leren?Met de lokale talen in Papua gaat het niet goed. Dat is de verontrustende boodschap van de VN-organisatie Unesco. Het cultuurfonds van de VN meldt dat er 2498 talen van de bestaande 6900 ter wereld dreigen te verdwijnen. Dat blijkt uit de op 19 februari 2009 gepresenteerde derde editie van de digitale Atlas of the World's Languages in Danger of Disappearing. Volgens taalkundigen is dit net zo erg als het verdwijnen van dieren- en plantensoorten. De helft van alle talen heeft minder dan 2500 gebruikers. Een taal moet volgens de Unesco minstens 100.000 gebruikers hebben om van generatie op generatie te kunnen blijven bestaan.

Ontbossing bedreigt Papua-cultuur

Ontbossing voor de palmoliePapua, het Indonesische deel van het eiland Nieuw-Guinea, behoort tot de longen van de wereld door de aanwezigheid van 31,5 miljoen hectare tropisch regenwoud. Als de bomen zouden worden gekapt, betekent dat voor veel Papua-volken een bedreiging van hun bestaan en hun cultuur. De bossen behoren tot hun erfgoed. Maar de ontbossing biedt ook kansen. De houtkap voor de landbouw (met name voor geplande palmolieplantages) zou voor Papua een belangrijke bron van inkomsten kunnen zijn. Er zijn plannen om bestaande regenwouden te gebruiken als wisselgeld voor het REDD-programma (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation in Developing Countries) via de VN, Wereldbank en particuliere sector.

Artsen aan de zuidkust in de jaren vijftig

Sinds ongeveer 1920 kwam in Nieuw-Guinea de gezondheidszorg op gang. Het groeiende aantal aanwezige artsen had steeds vaker contact met Papua’s en verrichtte meer en meer bevolkingsonderzoeken. Deze waren er met name op gericht om veelvoorkomende ziekten als malaria, framboesia en tuberculose onder de Papua’s te voorkomen.

Cultuur Kamoro veert langzaam op

Kamoro demonstreren houtsnijkunstEen langgerekt deel van de zuidwestkust van Nieuw-Guinea is het grondgebied van de Kamoro. Rekening houdend met de getijden leven deze semi-nomaden langs de kust van FakFak tot Merauke. Maar ook bij hen is de moderne wereld opgerukt. Het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport dat in het gebied actief is, heeft ervoor gezorgd dat de Kamoro een minderheid zijn op eigen grondgebied. Er verschenen ook houtkapbedrijven en grote stukken land werden overgenomen door Indonesische transmigranten zonder medeweten en goedkeuring van de lokale bevolking.

Zeventig jaar Franciscanen in Papua

missie MeraukeIn 1937 kwamen de eerste missionarissen van de Orde van de Minderbroeders Franciscanen in Nieuw-Guinea aan. Ze gingen werken in het gebied dat onder de verantwoordelijkheid van de MSC (Latijn: Missionarii Sacratissimi Cordis, Nederlands: Missionarissen van het Heilig Hart) viel met als centrum Merauke. Maar ze gingen ook aan de slag in de Vogelkop en de noordkust. Voor de Tweede Wereldoorlog trokken de missionarissen gebieden binnen die al eerder bezocht waren, zoals Steenkool (NMGPN), Sorong, Manokwari en Jayapura.

Amungme: Bergpapua's zonder berg

de Grasberg-mijnDe Amungme is een bevolkingsgroep van ongeveer 13.000 mensen in de Indonesische provincie Papua. In de Nederlandse tijd leefden ze in 17 valleien en bergdalen aan de zuidelijke flanken van het centrale hooggebergte van Nieuw-Guinea. Voor hun levensonderhoud waren ze vrijwel geheel zelfvoorzienend (jagen, verzamelen en verbouw van gewassen in wisselbouw). Veel Amungme zijn van hun land verjaagd, maar ze blijven gehecht aan hun voorouderlijke grondgebied en beschouwen de omliggende bergen als heilig.