Themapagina's

De themapagina's bieden een diepgravender inzicht in verschillende aspecten van het bestaan van de oorspronkelijke bewoners van West-Papua.

Lokale Papua-talen gaan langzaam verloren

Zou dit meisje uit Enggros haar lokale taal nog leren?Met de lokale talen in Papua gaat het niet goed. Dat is de verontrustende boodschap van de VN-organisatie Unesco. Het cultuurfonds van de VN meldt dat er 2498 talen van de bestaande 6900 ter wereld dreigen te verdwijnen. Dat blijkt uit de op 19 februari 2009 gepresenteerde derde editie van de digitale Atlas of the World's Languages in Danger of Disappearing. Volgens taalkundigen is dit net zo erg als het verdwijnen van dieren- en plantensoorten. De helft van alle talen heeft minder dan 2500 gebruikers. Een taal moet volgens de Unesco minstens 100.000 gebruikers hebben om van generatie op generatie te kunnen blijven bestaan.

Ontbossing bedreigt Papua-cultuur

Ontbossing voor de palmoliePapua, het Indonesische deel van het eiland Nieuw-Guinea, behoort tot de longen van de wereld door de aanwezigheid van 31,5 miljoen hectare tropisch regenwoud. Als de bomen zouden worden gekapt, betekent dat voor veel Papua-volken een bedreiging van hun bestaan en hun cultuur. De bossen behoren tot hun erfgoed. Maar de ontbossing biedt ook kansen. De houtkap voor de landbouw (met name voor geplande palmolieplantages) zou voor Papua een belangrijke bron van inkomsten kunnen zijn. Er zijn plannen om bestaande regenwouden te gebruiken als wisselgeld voor het REDD-programma (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation in Developing Countries) via de VN, Wereldbank en particuliere sector.

Artsen aan de zuidkust in de jaren vijftig

Sinds ongeveer 1920 kwam in Nieuw-Guinea de gezondheidszorg op gang. Het groeiende aantal aanwezige artsen had steeds vaker contact met Papua’s en verrichtte meer en meer bevolkingsonderzoeken. Deze waren er met name op gericht om veelvoorkomende ziekten als malaria, framboesia en tuberculose onder de Papua’s te voorkomen.

Cultuur Kamoro veert langzaam op

Kamoro demonstreren houtsnijkunstEen langgerekt deel van de zuidwestkust van Nieuw-Guinea is het grondgebied van de Kamoro. Rekening houdend met de getijden leven deze semi-nomaden langs de kust van FakFak tot Merauke. Maar ook bij hen is de moderne wereld opgerukt. Het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport dat in het gebied actief is, heeft ervoor gezorgd dat de Kamoro een minderheid zijn op eigen grondgebied. Er verschenen ook houtkapbedrijven en grote stukken land werden overgenomen door Indonesische transmigranten zonder medeweten en goedkeuring van de lokale bevolking.

Zeventig jaar Franciscanen in Papua

missie MeraukeIn 1937 kwamen de eerste missionarissen van de Orde van de Minderbroeders Franciscanen in Nieuw-Guinea aan. Ze gingen werken in het gebied dat onder de verantwoordelijkheid van de MSC (Latijn: Missionarii Sacratissimi Cordis, Nederlands: Missionarissen van het Heilig Hart) viel met als centrum Merauke. Maar ze gingen ook aan de slag in de Vogelkop en de noordkust. Voor de Tweede Wereldoorlog trokken de missionarissen gebieden binnen die al eerder bezocht waren, zoals Steenkool (NMGPN), Sorong, Manokwari en Jayapura.

Amungme: Bergpapua's zonder berg

de Grasberg-mijnDe Amungme is een bevolkingsgroep van ongeveer 13.000 mensen in de Indonesische provincie Papua. In de Nederlandse tijd leefden ze in 17 valleien en bergdalen aan de zuidelijke flanken van het centrale hooggebergte van Nieuw-Guinea. Voor hun levensonderhoud waren ze vrijwel geheel zelfvoorzienend (jagen, verzamelen en verbouw van gewassen in wisselbouw). Veel Amungme zijn van hun land verjaagd, maar ze blijven gehecht aan hun voorouderlijke grondgebied en beschouwen de omliggende bergen als heilig.

Nieuw-Guinea in de Tweede Wereldoorlog

Militairen lopen onder boog Nederland zal herrijzenNederlands Nieuw-Guinea raakt in 1942 betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Japan valt op 7 december 1941 op meerdere fronten tegelijk aan. De bekendste aanval is die op Pearl Harbour (Hawaï) waarbij de Amerikaanse vloot flink beschadigd wordt. De Japanse verovering van het Australische en het Nederlandse deel van Nieuw-Guinea duurt van november 1941 tot april 1942. De inname gaat behoorlijk snel, omdat er aan het begin van de oorlog maar weinig eenheden van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) in Nieuw-Guinea actief zijn.

Paradijsvogel: gevederde danser in het bos

de Lesser paradijsvogelHet mannetje van een paradijsvogel is een prachtige verschijning met zijn opvallend kleurrijke verenkleed in het oerwoud van het eiland Nieuw-Guinea .Tijdens de balts steken de heldere rode, gele en blauwe kleuren fel af tegen het groen van het regenwoud. Deze bijzondere vogel behoort tot de mooiste vogels ter wereld en heeft menig kunstenaar tot prachtige werken geïnspireerd. Papua-volken, in zowel het Indonesische deel van het eiland als het buurland Papua New Guinea (PNG), gebruiken nog steeds de veren van de paradijsvogel ter verfraaiing van hun hoofdtooien.

Boombastdoek uit Asei

Kulit Kayu is een vel van boombast dat bewerkt wordt tot doek. De doek wordt vervolgens beschilderd. Boombastdoeken, of bastvezeldoeken worden in de lokale talen ‘maro’ of ‘tapa’ genoemd. Bastvezeldoeken worden gemaakt op Asei, één van de eilandjes in het Sentanimeer, dat op circa 30 kilometer ligt ten westen van de hoofdstad Jayapura. Bastvezeldoeken werden vroeger voor kleding voor vrouwen gebruikt.