Ontsluiting van het archief van de stichting Werkgroep Nieuw Guinea.

PLAATS BINNEN PAPUA ERFGOED
Tot de collectie van Papua Erfgoed behoort een groot aantal archiefstukken waaronder het archief van de stichting Werkgroep Nieuw-Guinea, door Papua’s in Nederland in de jaren ’70 opgericht. In de loop van de tijd is dit archief mede door enkele verhuizingen in meer dan 30 verhuisdozen terecht gekomen. Omdat er veel waardevol materiaal tussen zit, zoals originele artikelen, schoolwerkmappen, documentatie overzichten en correspondentie dat voor onderzoek interessant is, werd besloten dat een archief-project tot het verzorgen en ontsluiten van het materiaal een nuttige bijdrage aan ons werk zou leveren.
Daarom is het project voorgelegd aan de subsidieregeling Collectieve erkenning van Indisch Moluks Nederland (CEWIN). En die aanvraag werd gehonoreerd omdat ook Papua erfgoed, waartoe ook dit archief behoort, een collectieve erkenning verdient.
In 2020 is Papua Erfgoed bezig geweest om de 4 strekkende meter archief tot naar schatting 1 meter terug te brengen, te ordenen, en te beschrijven in een inventaris. Deze inspanning heeft ertoe geleid dat dit archief nu in geordende en geïnventariseerde staat bewaard wordt en voor onderzoek raadpleegbaar is in het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. En het archief heeft daarmee definitief een vaste bewaarplaats in Nederland gevonden.
OPRICHTING
De Werkgroep Nieuw Guinea werd in augustus 1973 opgericht door Papua's in Nederland met als doel "studies te maken over problemen van land en volk van de Papua's, alsmede financiële steun te verlenen" (artikel 2 statuten).
De oprichters (S.B. Hindom, D.A. Wawejay en J. Manusaway) waren ontevreden met de wijze waarop hun landgenoten, in het bijzonder in Nederland, de politieke belangen van de Papua's tot dan toe behartigden. Oorzaken van deze onvrede waren: de grote mate van onderlinge (niet principiële) verdeeldheid, een gebrek aan historisch analyse van het West Papuse nationalisme, een gebrekkige informatieverstrekking en weinig solidariteit van West Papua's met anderen die met dezelfde problemen kampten.
Doelstellingen waren: de problemen van de Papua's te bestuderen te analyseren op economisch, sociaal en politiek gebied en de Papua's zo goed mogelijk te helpen waar dit noodzakelijk is. Daarbij hoorde ook het bestuderen van problemen van andere landen in vergelijkbare situaties en de toetsen op toepasbaarheid op de situatie van de Papua’s,
De oprichters gingen ervan uit dat de Papuse politieke groeperingen gebruik zouden maken van het aan te dragen materiaal om hun politieke belangen te behartigen. Dit bleek al snel een illusie: de "traditie" van de vooral in Nederland opererende West Papuse politieke groepen bleek niet opgewassen tegen een dergelijke taakverdeling
VERSCHIL
Voor het eerst kwam het initiatief voor de oprichting van een actiegroep vanuit de Papua’s zelf. Dit in tegenstelling tot de toen in NL bestaande groepen die de Papua problematiek wilden oplossen en daarbij organisatorisch geleid werden door niet-Papua's, zoals HAPIN en Door de Eeuwen Trouw. 
Het verschil met deze aan Nederlanders verwante groepen was ook ideologisch. De Papua-problematiek werd door de Werkgroep geplaatst in een breder kader, nl. "binnen het kader van de ontwikkelingen elders op de wereld, met name in de rijke gebieden, de West-Europese beschavingen, die een belangrijke historische factor geweest zijn in de radicale veranderingsprocessen op het eiland (Nieuw-Guinea) en bepalend zijn voor het wel en wee van het volk in de moderne tijd". Deze factor moest betrokken worden in de bestudering van de Papua-problematiek.
POLITIEK DOEL
Politieke acties moesten gemotiveerd en begrensd worden door de studieresultaten van de Werkgroep Nieuw Guinea.  
Gaandeweg streed de Werkgroep voor politieke onafhankelijkheid van Indonesië, waarbij de hoofdrol is weggelegd voor de Papua's zelf. Steun van niet-Papua's, zoals regeringen, Ngo’s of privépersonen kon beschouwd worden als middel om tot komen tot het doel en daar moesten de niet-Papua's zich bewust van zijn. De lotsbestemming van Papua lag in handen van de Papua's zelf. Het socialisme werd als ideaal gezien voor de inrichting van een onafhankelijk Papua.
Het politieke standpunt van de Werkgroep is: West Papua geheel onafhankelijk, dus los van Indonesië. “Voor een vrij West Papua wensen wij een samenleving waarin de verdeling van politieke, economische en sociale macht gelijk is voor iedereen. De beste manier om dit te bereiken is het socialisme” (D.A, Wawejay, 20 januari 1983) 
ACTIVITEITEN
Activiteiten van de Werkgroep NG waren: onderzoek naar de erkenning van Papua als etnische groep in Nederland; studie naar ontwikkelingsprojecten in Irian/Papua; vorming van een documentatiecentrum en beheer van museale collectie artefacten, die later teruggegeven zou worden aan de Papua's als deel van hun culturele geschiedenis.
Toekomstplannen van de Werkgroep vanaf het begin waren het verlenen van studiebeurzen voor Papuastudenten, fondsen vormen voor wetenschappers die in Papua onderzoek wilden doen, en mogelijkheden scheppen voor Papua's in Nederland om zich cultureel te manifesteren. 
De Werkgroep publiceerde vanaf 1978 de WEST PAPUAN OBSERVER (Engelstalig voor een internationale doelgroep), en redigeerde diverse publicaties, zoals 'Papoea's in Nederland, een verzwegen minderheid' (1979), 'Resistance in West Papua, From tribal states to nation state' (1980), en 'Treachery in West Papua' (1980). 
De Werkgroep opereerde op verschillende terreinen: het publiceren van berichten en het bekend maken van de Papua-zaak in binnen- en buitenland; het beantwoorden van vragen van studenten over de sociale opvattingen en levensomstandigheden onder de Papua’s; over de grote problemen in de Zuid-Pacific, zoals kolonisatie in Papua en atoomproeven in New Caledonia.
De eerste drie jaar na de oprichting was gericht op fondsvorming. In 1976 kwamen aanvragen binnen om studie-ondersteuning van West Papua's in Indonesië, die gehonoreerd werden. Ook in 1976 zorgde de Werkgroep voor een toelating van een Papua student aan een Nederlandse universiteit en een beurs. In 1978 raakte de Werkgroep betrokken bij de hulpverlening aan een in het binnenland van Papua opererende groep (Pray), hulp die later weer werd ingetrokken na het mislukken van een project in Papua. 
Een jaar later raakt de Werkgroep betrokken bij de zgn. "Cobra"-groep London (Conference for Basic Human and Democratic Rights in the Asian Alliance countries). In dit ASEAN-verband werd in maart 1979 een conferentie georganiseerd met als thema 'culture and resistance". De bedoeling was de onderdrukte volken in de ASEAN-landen de gelegenheid te geven tot uiting te brengen op welke wijze zij cultureel onderdrukt waren, en op welke wijze hun cultuur verzet pleegt tegen de onderdrukker.
Met behulp van de Werkgroep werd een culturele dansgroep gevormd en naar Londen afgereisd. Na terugkeer verleende de Werkgroep een oprichtingssubsidie waardoor de dansgroep "Sampari" kon blijven voortbestaan.
Uiteenlopende vormen van hulpverlening waren verder bv. een renteloze lening die een Papuavrouw na 17 jaar in staat stelde haar moederland en familie terug te zien. In 1980 hielp de Werkgroep een OPM-vluchteling (Jacob Aringaneng), die tevergeefs hulp had gezocht bij de West Papuse politieke organisaties. In 1982 mocht deze Papua zich definitief in Nederland vestigen.
TEGEN VERSNIPPERING
In de jaren '80 poogde men om de West Papua's in Nederland tot eenheid te brengen achter één nationaal doel. Vanaf 1980 ontwikkelde de Werkgroep zich langzaam in de richting van een contactorganisatie tussen de West Papua's en derden, belangrijk om solidariteit op te roepen in de strijd van de Papua's. (bron: Jim Manusaway, 1982) Het ging om motiveren van mensen in de Papua-gemeenschap en tot discussie te laten komen over de 'eigen' problemen. En meedoen aan politieke manifestaties en samenwerken met actiegroepen om de West Papua-zaak bekend te maken.
De Werkgroep Nieuw Guinea nam deel aan coördinatiegroep West Papua Volksfront, die was opgericht in maart 1984. D.A. Wawejay nam zitting in WPVF en J. Manusaway hield zich bezig met de dansgroep Sampari, waardoor er, organisatorisch gezien, een drie-eenheid ontstond: Werkgroep Nieuw Guinea – WPVF – Sampari. Hierdoor kreeg de Werkgroep een grotere invloed dan voorheen. 
In het archief van de Werkgroep zijn daarom ook stukken vanuit WPVF en Sampari opgenomen.
Na 1990 nemen de activiteiten vanuit de Werkgroep Nieuw Guinea af.
TOT SLOT
De stichting Werkgroep Nieuw Guinea staat in 2018 nog steeds geregistreerd in Nijmegen, maar is al jaren niet meer actief. Een van de oprichters, de Nijmeegse antropoloog Jimmy Manusaway, heeft meegewerkt aan de ontsluiting van het archief door aanvullend materiaal te geven en te verduidelijken waar dat nodig was. Na het overlijden van medeoprichter D.A. Wawejay is het archief door Genja Wawejay in 2017 aan PACE geschonken. In september is het archief definitief overgedragen aan het ISG.
Rogier Smeele, september 2020